Maatschap Goossens - Bakker MSc  

Praktijk voorstellen
Adresgegevens


 

 

Tinnitus - Oorsuizen
   

 Voor het laatst bijgewerkt op: 26-02-2013

  Publicaties over zelf uitgevoerd Tinnitus onderzoek
     
Background
Hypothesis
Methods
Results
Conclusion
Tinnitus (oorsuizen)
Veel gestelde vragen
 

Er is bij het ITS2011 congres in BraziliŽ veel duidelijk geworden. Hieronder zal ik daar wat over zeggen.

Tinnitus (oorsuizen) is een naam die de lading niet meer dekt. Steeds meer is duidelijk aan het worden dat er een aantal soorten tinnitus zijn. Daarom is het beter om de soort tinnitus meteen te benoemen. Momenteel zijn de volgende soorten tinnitus, ieder met eigen kenmerken en verschijnselen voor zover die bekend zijn en ook eigen behandelwijze als die er al is. We kennen nu:

Juveniele tinnitus, dat is de tinnitusvorm bij kinderen in de leeftijd van 0 tot circa 12 jaar. In Polen is daar veel onderzoek naar verricht. Onderzoek- en behandelresultaten zijn nog onbekend.

Hereditaire tinnitus, dat is tinnitus die iemand uit overerving krijgt van zijn/haar ouder(s). Niets over bekend.

Temporo-mandibulaire tinnitus, dat is de vorm die zijn oorsprong heeft in het kaakgewricht(en). Daarbij spelen deze gewrichten een rol bij het ontstaan van de tinnitus. Nog onduidelijk is of deze vorm van tinnitus eigenlijk een CSIT-variant is. Soms geeft behandeling door een temporo-mandibulair therapeut (een gespecialiseerde fysiotherapeut) vermindering van klachten. Onderzoeksresultaten zijn nog niet bekend.

Pulserende tinnitus, daarbij ligt er een zenuw en bloedvat dicht tegen elkaar. We kennen 2 plaatsen:

a.      In het midden oor. In sommige gevallen is dit probleem te ondervangen door een operatie, die in een gespecialiseerde kliniek kan worden uitgevoerd met redelijk tot goed resultaat.

b.      In de hals. Ook hiervoor kan soms een operatie soelaas bieden.

Typewriter tinnitus, waarbij ook een bloedvat de naastliggende zenuw beÔnvloedt. We weten nog niet of de typewriter misschien identiek is aan de pulserende tinnitus.

CSIT, de Cervical Spine Increased Tinnitus. Daar zijn eerder opgelopen traumata in de  halswervelkolom  debet aan het ontstaan van deze vorm van tinnitus. Daarbij is te denken aan whiplash-achtige klachten of artrose. Deze vorm van tinnitus komt het meeste voor. (ongeveer 50%) In ons onderzoek is deze groep al wat duidelijker in kaart gebracht. Er is een therapie tegen ontwikkeld die bij ongeveer 60% van het aantal patiŽnten vermindering van de klachten kan geven.   (meer dan 5% afname tot bijna 100% afname)

Corticale tinnitus die optreedt in een paar cellen in de hersenschors. Prof D. de Ridder in Antwerpen en prof R. Daumen in Bordeaux (Frankrijk) kunnen deze groep behandelen.

Een nog onbekende restgroep.

Helaas is deze indeling niet limitatief noch absoluut te gebruiken. Er zijn ook overlappende beelden waar nog verder onderzoek naar moet worden gedaan. Als voorbeeld kan dienen de hereditaire tinnitus en de juveniele tinnitus. Daarbij is het goed mogelijk dat de kinderen het oorsuizen via overerving hebben gekregen. Dat is nog onbekend.

In BraziliŽ is onderzoek gedaan naar de behandeling van tinnitus met behulp van reflex-zone-therapie. Er worden hiervan goede resultaten gemeld. Nadere info ontbreekt nog.

Het volgende International Tinnitus Seminar ITS2014 zal in Berlijn worden gehouden.


We zijn in de praktijk voortdurend bezig met het doen van onderzoek naar een mogelijke therapie tegen oorsuizen. Om een beter inzicht hierin te krijgen hebben we een onderzoek opgezet waarin uiteindelijk 360 mensen zullen deelnemen die allen tinnitus hebben. Er is inmiddels een tussenevaluatie van 230 mensen gemaakt. De totale groep van 360 zal waarschijnlijk in juli 2010 gereed zijn.

Het is wellicht interessant al vast een paar uitkomsten weer te geven van de tussenevaluatie van de groep van 230 deelnemers.

Van de 100 deelnemers reageren 40 mensen niet en 60 mensen wel op de gegeven therapie. In de groep van 40 wordt 1,5% slechter van de gegeven therapie, maar gelukkig weten we inmiddels ook dat die 1,5% de opgelopen extra klachten weer kwijt raakt als we zes weken niet behandelen. Dat betekent dat onze therapie geen blijvende veranderingen te weeg brengt. Dat is voor de slechter wordende deelnemer een opluchting maar voor de beter wordende persoon wellicht een teleurstelling. Want in de groep van 60 heeft dat tot gevolg dat de behaalde verbeteringen in de beginmaanden van de therapie niet structureel van karakter zijn. Met andere woorden, het resultaat zal met enige regelmaat moeten worden onderhouden. Op zich is dat geen probleem omdat we voortdurend zullen proberen het interval tussen de behandelingen te vergroten. Toch zien we ook dat in de loop van maanden er een nieuw evenwicht van de tinnitus wordt bereikt dat heel vaak een lager intensieniveau kent dan bij het begin van de therapie. Wordt u eerst eenmaal per week behandeld, dan proberen we daarna eenmaal in de veertien dagen, en als dat gunstig blijft gaan eenmaal in de drie weken. Als het behandelresultaat er niet onder lijdt proberen de tussenperiode steeds wat te verlengen. Onze langste periode is nu (juli 2010) vier maanden. In de groep van 60% komen allerlei vormen van verbetering voor, van 5% tot bijna 100% minder tinnitus. Dat laatste komt bij ongeveer 9,5% van de deelnemers aan het onderzoek voor, en 95% vermindering is haalbaar bij 13% van de deelnemers.

We weten nu ongeveer dat het percentage van 60% redelijk vast blijft staan, en daarom gaan we ons nu richten op de veertig procent die niet reageert op de gegeven therapie. Daar hoort u van ons later weer over.

Hieronder volgt een artikel over een onderzoek dat wij eerder hebben uitgevoerd.

     
  Behandeling van Tinnitus met Manuele Therapie (v.d. Bijl)
    Auteur: I.C.P. Bakker MSc, manueel therapeut
     
^Top Inleiding
    De oorzaak van tinnitus (oorsuizen) is onbekend 1. Het geluid dat een of beide oren voorziet heeft als regel een grote impact op de patiŽnt. Het geluid is voortdurend aanwezig, zelden wisselend in frequentie, vaak is de frequentie hoog, men gaat er mee naar bed en staat er mee op. Het kan het dagelijks functioneren totaal overheersen. Drukverhogende momenten zoals stress geven vaak een intenser geluid 11.

De incidentie van tinnitus bedraagt ongeveer 6% van de bevolking. Daarvan heeft 10% echt hinder en ongeveer 2,5% daarvan ondervindt daarnaast door de tinnitus psychosociale problemen 2.

Oorsuizen kan ontstaan bij allerlei ooraandoeningen: onder andere bij oorinfecties, bij acute en chronische mindenoorontstekeningen, bij de ziekte van MeniŤre of plotselinge doofheid. Ook kan het een symptoom zijn van andere ziekten, zoals hart- en vaatziekten of bloedarmoede. Er zijn in totaal ongeveer 400 verschillende mogelijke oorzaken van oorsuizen bekend. Niet altijd is het oor zelf verantwoordelijk voor het oorsuizen 3.

Er zijn mensen die last hebben van een pulserende tinnitus. Zij ervaren voortdurend de slagen van het hart in hun oor. Deze sensatie is bekend bij sporters die gelijksoortige geluiden horen die echter snel verdwijnen als een rustpauze aanbreekt. Bij sommige tinnituspatiŽnten verdwijnt het geluid nooit. Een mogelijke verklaring kan zijn dat de polsgolf in de arteria vertebralis tegen een lokale vernauwing stroomt waardoor geluid ontstaat 4,5.

Soms wordt geadviseerd om een radio naast het bed te zetten die het geluid overheerst. Ook wordt wel een toongenerator in een oor geplaatst die het aanwezige geluid overstemt waardoor het bestaande geluid minder hoorbaar is.

Medicinale therapieŽn hebben geen blijvend effect gesorteerd 6. Er is geen universele therapie bekend 7. De gouden standaard is geen behandeling geven.
     
  Doel van het onderzoek
    Het doel van het onderzoek is vast te stellen of de hierna geformuleerde hypothese juist is. De daarin genoemde manuele therapie dient bij tinnituspatiŽnten het oorsuizen zodanig te laten verminderen dat de geluidsvermindering statistisch significant is bij een alpha van 5%.
     
^Top Hypothesis
    Zowel buiten als in het menselijk lichaam is geluid gedefinieerd als een wisselende druk in lucht, die zich als een golf voortplant; bij de mens is geluid het geheel van door het oor waarneembare trillingen. Deze trillingen kunnen zich in de vorm van geluidsgolven door het lichaam voortplanten. Bij geluid verandert de luchtdruk snel. Geluidsgolven gedragen zich net als bijvoorbeeld watergolven: ze kunnen rond een object buigen, tegen een ondoordringbare wand afketsen, van richting veranderen wanneer het 'medium', de stof waardoor de golf zich verplaatst, verandert 8.

Geluid is een dynamisch proces. Een schoenzool die op de grond staat produceert bij geen bewegen geen geluid. Sleept de schoenzool over de onderlaag dan ontstaat er een geluid.

In het menselijke lichaam ontstaat geluid op analoge wijze. Geluiden ontstaan o.a. door enigerlei vorm van wrijving. De polsgolf is hoorbaar doordat deze wrijft langs de binnenkant van een oprekkende slagader 5,9. Is een slagader blijvend vernauwd dan is de polsgolf sterker hoorbaar door die vernauwing 4,5, (stenose) . Een dergelijk stenose kan ook optreden bij degeneratieve veranderingen als facetartrose waarbij randwoekeringen kunnen gaan drukken op de arteria vertebralis. 10 De hierdoor ontstane stenose in de Arteria leidt tot een geluid omdat de bloedstroom zich moet persen door een vernauwde opening. Het proces van ingroei bij degeneratieve aandoeningen in de arteria vertebralis verloopt als regel langzaam waardoor het geluid ook langzaam in tijd aanzwelt.

Een stenose in de arteria vertebralis is te verminderen als de druk ten gevolge van de degeneratieve aandoening van bijvoorbeeld een osteofytaire randwoekering door een andere stand van een wervel kan worden gecompenseerd. Die stenosevermindering kan plaatsvinden door de CWK te mobiliseren in alle mogelijke bewegingsrichtingen. Door de toename van de mobiliteit en vergroting van de range of motion tussen de cervicale wervels kan de stenose verminderen. Dit vertaalt zich dan naar minder geluid.

De mobiliteit van de cervicale wervelkolom is te vergroten door manuele therapie volgens het systeem van der Bijl te geven. Deze therapie is er op gericht om de mobiliteit, tegelijkertijd in drie dimensies, tussen de cervicale wervels te vergroten. Daarbij worden de cervicale wervels ten opzichte van elkaar bewogen volgens het mobile schema, figuur 1. Door de afname van de stenose zal de tinnitus niet geheel verdwijnen, maar de mate van de stenose wordt minder manifest waardoor de frequentie van het geluid afneemt en beter kan worden geaccepteerd zodat de kwaliteit van leven zal toenemen.

Na enige tijd zal het oorsuizen weer langzamerhand toenemen omdat het degeneratieve proces verder voortschrijdt. Het moment waarop dit gebeurt, is individueel en slechts globaal van te voren te voorspellen.
     
^Top Designkeuze van het onderzoek
    Veertig patiŽnten, allen lijdend aan oorsuizen, waarvan de diagnose eerder door een KNO-arts is gesteld die voldeden aan de inclusie en exclusie criteria, werden geincludeerd in deze RCT. Uit deze 40 patiŽnten zijn at random twee groepen van elk 20 personen gevormd waarvan de controle groep de gouden standaard krijgt en de interventiegroep een behandeling zoals omschreven is in de hypothese. De wijze van randomisatie verliep als volgt: na het plaatsen van een advertentie in de plaatselijke dagbladen werden de eerste twintig reflectanten in de interventie groep geplaatst en de overigen in de controlegroep. Het onderzoek is gestart toen de controlegroep uit 20 personen bestond. Daarna krijgt de interventiegroep een anamnese gevolgd door een proefbehandeling manuele therapie volgens het systeem Van der Bijl. Bij de start van elke volgende behandeling noteert de patiŽnt op een VAS de mate van momentane oorsuizen. Gereflecteerd wordt het resultaat van de voorafgaande behandeling. Als regel wordt eenmaal per week behandeld om de CWK de gelegenheid te geven te reageren op de vergrote mobiliteit. De behandelde patiŽnt moet zelf reclameren als deze drie dagen na de gegeven therapie nog restklachten van pijn bij bewegen in de CWK heeft.

Na zes tot negen behandelingen na de proefbehandeling wordt de therapie beŽindigd, afhankelijk van behaald resultaat. Is de vermindering van oorsuizen gedurende twee opeenvolgde behandelsessies ≥ 5% ten opzichte van de eerste meting dan wordt met behandelen gestaakt. Is deze vermindering na negen behandelingen na de proefbehandeling niet bereikt dan wordt de behandeling tevens gestaakt.

De controlegroep krijgt geen behandeling zoals de gouden standaard aangeeft. Alleen wordt bij de start van het onderzoek met een VAS het momentane oorsuizen gemeten en wordt dit na 10 weken herhaald.
     
  Inclusiecriteria
    In deze RCT worden 40 patiŽnten met tinnitus geincludeerd die is gediagnosticeerd door een KNO-arts. Alle patiŽnten moeten actief lijden aan tinnitus.
     
  Exclusiecriteria
    PatiŽnten met geestelijke co-morbiditeit en patiŽnten ouder dan tachtig jaar worden geŽxcludeerd. De geestelijke co-morbiditeit vereist naast de tinnitus een veelal medicinale ondersteuning die het resultaat van de manuele therapie kan verstoren.

De leeftijd van tachtig jaar is gekozen omdat de degeneratieve aandoening in de CWK vaak zodanig is, dat mobiliseren van de wervels meer tijd vergt dan bij patiŽnten van jongere leeftijd.
     
  Nulhypothese
    De te geven behandeling met manuele therapie volgens het systeem van der Bijl bij tinnituspatiŽnten geeft geen vermindering van het oorsuizen (Tinnitus).
     
  Alternatieve hypothese
    De te geven behandeling met manuele therapie volgens het systeem van der Bijl bij tinnituspatiŽnten geeft een vermindering van het oorsuizen.
     
  Materiaal en methode
    Tijdens deze RCT wordt er gewerkt met een eigen ontwikkeld protocol. Dit houdt in dat alle deelnemers in de interventiegroep eerst een intake met onderzoek krijgen. Zij worden ondervraagd over de tinnitusverschijnselen, de secundaire kenmerken die kunnen duiden op een cervicale artrose/spondylose zoals branderige of tranerige ogen, neus verstopt aan ťťn kant, crepitatie in de CWK, visusklachten, krakende oren bij slikken, klachten bij bewegen in de bovenste extremiteiten.

Van de controlegroep wordt tweemaal een VAS genoteerd, de eerste maal bij de randomisatie en de tweede maal na 10 weken.

Voor de te geven proefbehandeling bij de interventiegroep vult de patiŽnt een VAS in waarin de mate van momentane oorsuizen wordt genoteerd. De uiterste waarden van de VAS zijn geen oorsuizen en maximaal verdraagbaar oorsuizen. De VAS is een valide meetinstrument voor deze pathologie 12,16 .

Hierna krijgen zij een proefbehandeling met manuele therapie volgens het systeem van der Bijl. Bewogen wordt in het mobile schema van de patiŽnt.

De patiŽnten in beide groepen worden beschreven naar sekse, leeftijd en soort oorsuizen. De mate van oorsuizen wordt weergegeven in een VAS.

Om de correlatie tussen de behandelingen aan te tonen wordt getoetst met de Pearson correlatie coŽfficiŽnt r. Mocht een notering niet aanwezig zijn dan wordt het gemiddelde als waarde voor de variabele genomen. Het intention to treat beginsel is van toepassing.

Om aan te tonen dat het verschil in mate van oorsuizen tussen de verschillende behandelingen bij de interventiegroep vanaf de intake geen toeval is, wordt getoetst met de Student-t-toets.

PatiŽnten gaven met een Informed Consent verklaring toestemming om te participeren in het onderzoek. De alpha bedraagt 5%.
     
^Top Resultaten
    In deze RCT werden 21 mannen en 19 vrouwen geincludeerd. De gemiddelde leeftijd bedroeg 62.3jaar (range van 55, s.d. 12.9). Daarvan werden at random 11 mannen en 9 vrouwen aan de interventie groep ( Germ leeftijd 63.3 jaar, range 49, s.d. 14.2 ) toegewezen en 10 mannen en 10 vrouwen aan de controlegroep (gem. leeftijd 61.3, range 51, s.d. 11.8)

In deze populatie is met een VAS voor oorsuizen gemeten. In de interventiegroep is bezien in hoeverre de gegeven behandelingen een vermindering van het oorsuizen geeft. In de controlegroep is bij de start van het onderzoek en na 6 weken met een VAS de mate van oorsuizen gemeten. Deze laatste groep kreeg de gouden standaard als therapie.

In de interventiegroep bleek de gegeven proefbehandeling significant te zijn, p=0,0001, elke volgende behandeling is ook significant tot de zesde behandeling, de p-waarde lag tussen 0.009 en 0.001. De zesde behandeling is niet significant. (Tabel 1)
     
   
Proefbehand Eerste beh Tweede beh Derde beh Vierde beh Vijfde beh Zesde beh
r=0.783
p=0.0001

r=0.628
p=0.009

r=0.665

p=0.003

r=0.741

p=0.02

r=0.797

p=0.001

r=0.889

p=0.001

r=0.738

p=0.262

S, n=20 S, n=20 S, n=20 S, n=20 S, n=20 S, n=20 NS, n=20
         Tabel 1. Significantie per gegeven behandeling. S=significant, NS=niet significant.
     
    Met de Student-t-toets is gemeten of het verschil in gemeten VAS-waarde tussen de proefbehandeling en de zesde behandeling aan toeval is toe te schrijven. De berekende p-waarde bedroeg 0.0001. (Tabel 2)
     
   
Eerste beh Tweede beh Derde beh Vierde beh Vijfde beh Zesde beh
p=0.0001 p=0.0001

p=0.0001

p=0.0001 p=0.0001 p=0.426
S, n=20 S, n=20 S, n=20 S, n=20 S, n=20 NS, n=20
         Tabel 2. T-toets per behandeling t.o.v. proefbehandeling. S=significant. NS=niet significant.
     
  Discussie
    De impact van de frequentie van het geluid bij tinnitus kan zeer verstrekkend zijn 11, patiŽnten kunnen er intens onder lijden.

Er is geen afdoende therapie bekend tegen de klachten van tinnitus7. Medicinale therapieŽn hebben geen blijvend effect gesorteerd6. De oorzaak van tinnitus is onbekend1. De gouden standaard luidt dat er geen adequate therapie voorhanden is. TinnituspatiŽnten moeten leren accepteren dat deze ziekte een blijvend karakter zal hebben in de loop van de tijd. Niet behandelen van de klachten, de gouden standaard, geeft hierin geen verandering.
     
  De interventiegroep
    In de hypothese wordt er van uitgegaan dat het geluid bij tinnitus ontstaat door een stenose van de arteria vertebralis van de cervicale wervelkolom. De stenose is ontstaan door artrose van de facetgewrichten waarbij het reparatieweefsel onder meer bestaat uit osteofytaire randwoekeringen. Deze osteofyten leiden tot druk op de arteria die daardoor een stenose krijgt. Door de stenose in de arteria ontstaat er door de passerende bloedstroom een toon die hoorbaar is in een oor.

Door de cervicale wervelkolom te mobiliseren in de facetgewrichten in 3D ontstaat er meer mobiliteit in de gewrichten waardoor osteofyten niet noodzakelijkerwijs meer hoeven te drukken op de arteria vertebralis waardoor de stenose kan afnemen. Door de gegeven mobilisering verandert niet de artrose maar neemt de mobiliteit in de halswervelkolom toe. Dit is meetbaar in de range of motion, de beweeglijkheid tussen de wervels van de cervicale wervelkolom neemt toe.

Bij de behandeling geven patiŽnten aan verbaasd te zijn dat er al na de tweede behandeling momenten voorkomen dat het geluid verandert.

Tijdens de behandeling viel op dat de meeste patiŽnten direct na de eerste twee behandelingen een verbetering aangaven terwijl zij de derde en vierde behandeling daarna wel als een verbetering aangaven, doch minder spectaculair. Een reden kan liggen aan het gegeven dat algemeen wordt aangenomen dat er geen therapie is tegen de klachten van tinnitus. Het is dan aannemelijk dat tinnituspatiŽnten zich prettig voelen bij de gedachte dat het lijkt dat er toch wel iets aan te doen is. De vermindering van de tinnitusklachten zou mede een psychogene reden kunnen hebben. Dat verklaart dan ook waarom bij de derde en vierde behandeling de afname van het geluid minder spectaculair is dan bij de eerste twee. De patiŽnt is gewend aan het idee dat er iets aan zijn klachten kan worden gedaan en stelt zich meer in op de werkelijkheid. Ondanks een mogelijke psychogene vertekening zijn alle vier de behandelingen significant ten opzichte van elkaar en is de kans dat het resultaat is toe te schrijven aan toeval te verwaarlozen klein. p=0,0001

Het succes van de gegeven behandeling is tevens afhankelijk van te verkrijgen mobiliteit van vooral C4-Th1. De wervels C1-C4 zijn op alle leeftijden meestal mobiel gebleven. Dat komt door de functie van de hoog cervicale wervelkolom. In het segment C0-C1 vindt de grootste mate van flexie-extensie plaats (250) 19 terwijl in segment C1-C2 de range of motion vooral uit de horizontale rotatie bestaat (700)19 Deze twee segmenten blijven met veel artrose toch mobieler dan de cervicale wervels in de regio C4-Th1.

Hoe hoger de leeftijd, hoe moeilijker het blijkt te zijn om de cervicale wervels te mobiliseren. Om de laag-cervicale wervels (C4-C7) niet al te zeer over te belasten bij de mobilisatie is zeker te overwegen om extra sessies in te lassen om de mobilisatie op deze niveaus te vergroten.

In eerder onderzoek van Strek ea 19984 is vastgesteld dat vermindering van oorsuizen mogelijk is toe te schrijven aan verbeterde mobiliteit van de laag cervicale wervelkolom. Daarbij wordt een relatie gelegd tussen artrose van de cervicale wervelkolom en stenosevorming door osteofytaire randwoekeringen in de facetgewrichten van de cervicale wervelkolom in de arteria vertebralis. Dit onderzoek lijkt die uitkomsten te bevestigen. Door een verbeterde mobiliteit tussen de onderlinge wervels van de cervicale wervelkolom neemt de mate van oorsuizen af.

Het valt op dat de significantie van de behandeling ophoudt bij de zesde behandeling. Een reden kan liggen in langzaam toenemende mobiliteit omdat het vergroten van mobiliteit een relatief tijdrovend proces is. De overgang van beperkte mobiliteit naar een toename van 30% is groter dan de toename van 30% naar 60%. Ook moet rekening gehouden worden dat ouderen een slechtere mobiliteit hebben waarbij de toename door de vaak grote mate van artrose/spondylartrose beperkt is en het meer tijd in beslag neemt om voldoende mobiliteit te verkrijgen. De mobiliteitstoename is geen lineair proces; er zal altijd na een mobilisatieperiode een restimmobiliteit overblijven. Verder onderzoek moet uitwijzen of de gegeven behandelingen na de vijfde behandeling significant zijn bij patiŽnten met een leeftijd van 70 tot 90 jaar.

Bij de behandelingen is het nodig te vermelden dat ook de hoog thoracale wervels Th1-Th4, de bovenste vier sets ribben, de beide claviculae en beide scapulae mee genomen moeten worden in het mobilisatieproces.

Een opvallend detail bij de populatie is, dat niet frequent behandelen, dus niet wekelijks behandelen, lijkt te leiden tot een slecht resultaat na negen behandelingen. Er lijkt een tendens te zijn dat als tijdens de eerste zes behandelingen deze niet wekelijks worden uitgevoerd, het resultaat na negen behandelingen slechts is, en dat het oorsuizen niet is afgenomen. Het is bekend in de literatuur dat niet oefenen van artrotische gewrichten leidt tot afname van de mobiliteit in die gewrichten. Het lijkt er op dat indien de mobilisatie van de cervicale wervels niet wekelijks, regelmatig wordt uitgevoerd het resultaat aan het einde van de behandelserie als slecht moet worden gekarakteriseerd. Verder onderzoek in een grotere populatie moet dit verder duidelijk maken.

De verlaging van de frequentie van het geluid tijdens het mobilisatieproces zou kunnen berusten op toeval. Om dat uit te sluiten is de Student-t-toets toegepast met als twee waarden de mate van het oorsuizen voorafgaande aan de proefbehandeling en de mate van oorsuizen voorafgaande aan de vijfde behandeling. Na de toetsing bedraagt de p-waarde=0.0001. De vermindering van het oorsuizen en de frequentiehoogte van het geluid is dus niet toe te schrijven aan toeval. De kans daarop dat dit toch het geval is, is verwaarloosbaar klein. De nulhypothese kan worden verworpen en meer waarde kan worden gehecht aan de alternatieve hypothese. Dat impliceert dat de gegeven behandeling met manuele therapie volgens het systeem van der Bijl bij deze tinnituspatiŽnten een verlaging van de toonhoogte van het geluid geeft en een vermindering van het oorsuizen.
     
  De controlegroep
    Bij de controlegroep zijn er twee metingen gedaan, bij het begin van het onderzoek ten tijde van de randomisatie en na tien weken na de start van het onderzoek. Dit tijdstip is gekozen omdat de behandeling van de interventiegroep als regel op dat moment beŽindigd zou worden.

Het verschil tussen de 0 meting en de eindmeting was niet significant.
     
^Top Abstract
    In deze RCT zijn 40 patiŽnten met tinnitus geincludeerd. Twintig daarvan zijn at random in een controlegroep geplaatst en de andere 20 hebben de interventiegroep gevormd. Ongeveer 60% van de interventiegroep reageerde positief op manuele therapie volgens het systeem van der Bijl waarbij de wervels bewogen werden volgens het mobile schema in drie dimensies. Werken volgens het door onderzoeker opgezette protocol geeft een significante vermindering van het oorsuizen na zes tot negen behandelingen na de eerste proefbehandeling. Oudere patiŽnten in de leeftijd van 65 tot 80 jaar hebben meer behandelingen nodig als de cervicale mobiliteit te kort schiet.

Vastgesteld is dat er tenminste acht behandelingen moeten worden gegeven na de proefbehandeling om te kunnen spreken van een significante verbetering. Minder behandelingen gaven bij deze steekproef onvoldoende resultaten.

Indien de behandeling gedurende de eerste vijf weken niet wekelijks plaatsvindt lijkt het resultaat significant slechter dan bij wel wekelijks behandelden.

In de controlegroep is de gouden standaard uitgevoerd. Het verschil tussen de nulmeting en eindmeting was niet significant.
     
^Top Tinnitus? Er gloort wat hoop!
    Voor zover nu bekend is de oorzaak van tinnitus nog niet gevonden. Daardoor is een adequate therapie helaas ook niet voorhanden. Voortdurend onderzoek in de hele wereld geeft vaak weer duidelijkheid over een klein puzzelstukje dat weer bijdraagt aan de ontrafeling van deze nare aandoening.

Sommige vormen van tinnitus lijken te reageren op een vorm van manuele therapie volgens het systeem van der Bijl. Dan kan gedacht worden aan tinnitus met een hoge frequente toon zoals fluit, gesis, piep of ruis. Er zijn meerdere honderden soorten tinnitus bekend maar helaas lijkt manuele therapie niet op alle soorten tinnitus gunstig te reageren. In de jaren 1985 tot 2006 heeft Bakker, eerst met kleine onderzoeksgroepen en in 2006 met een groep van 40 personen onderzoek gedaan naar het behandelen van tinnitus. Bij de kleine groepen, waarvan de deelnemende mensen als regel niet groter in aantal dan drie waren, werd al snel duidelijk dat het oorsuizen bij deze mensen kon worden beÔnvloed door bewegingen in de halswervelkolom uit te voeren. In derde studie, die uit drie mensen was samengesteld, was het resultaat van de daar toegepaste behandeling dat bij ťťn persoon er geen resultaat kwam en bij de twee anderen de ene na de behandeling geen last meer had van de tinnitus en dat bij de andere de hoge toon van de tinnitus was veranderd in een meer lage, brommende toon. Daarmee is makkelijker te leven dan een voortdurend hoge toon.

De laatste twee mensen worden nog steeds gevolgd waarbij het resultaat niet verandert. Om te zien of in een grotere groep hetzelfde resultaat zou kunnen worden bereikt is in 2006 en 2007 een onderzoek uitgevoerd bij 40 personen waarvan 20 wel en 20 geen behandeling met deze vorm van manuele therapie kregen. Daarbij wordt behandeld volgens een bij de eerdere onderzoeken opgesteld behandelprotocol. De behandelgroep kreeg na een proefbehandeling waarbij uitgebreid allerlei zaken, die met tinnitus kunnen samenhangen, nagelopen werd. De samenstelling van de twee groepen gebeurde willekeurig, at random. Bij beide groepen is de mate van tinnitus vastgelegd en is gemeten of er verschil in mate van tinnitus was na zeven weken. Het vastgestelde verschil tussen beide groepen was significant (p=0.041). De (geblindeerde) onderzoeker wist niet in welke mate de behandelde groep in tinnitus veranderde.

Het resultaat van het onderzoek was dat van de behandelde groep twee op de drie enigermate minder tinnitus kreeg na de behandeling wat niet toe te schrijven was aan toeval. Die vermindering varieerde van het krijgen van een lagere toon tot de afwezigheid van ťťn of meerdere dagdelen van de tinnitus tot het geheel verdwijnen van de tinnitus (ongeveer 6%). Bij 1 % van de behandelden werd de tinnitus slechter. Inmiddels zijn er ongeveer 150 mensen op dezelfde wijze behandeld en de resultaten wijken hier niet van af. Wel is duidelijk geworden na verdere analyse dat het heel belangrijk is dat aan het regelmatig behandelen van 1x per week met dit behandelprotocol streng de hand wordt gehouden omdat anders het resultaat slecht is. Ook bleek dat bij het een derde deel van de mensen die niet goed op de therapie reageerden het te proberen is het aantal behandelingen te vergroten naar negen of tien. Dan ontstaan bij deze groep ook betere resultaten. Eigen recent vervolgonderzoek heeft aangetoond dat betere resultaten worden verkregen door de behandelfrequentie gedurende de eerste drie weken tweemaal per week uit te voeren en vervolgens deze te verlagen naar eenmaal per week. Na ongeveer negen behandelingen kan vaak de behandelfrequentie worden verlaagd naar eenmaal per twee weken, die verder verlaagd kan worden in de weken er na naar eenmaal in de zes tot acht weken. Niet behandelen na de negende behandeling na de proefbehandeling heeft in eigen onderzoek geleerd dat de resultaten in verschillende mate verslechteren.

Helaas is nog niet van te voren te voorspellen, tot teleurstelling van de onderzoeker, bij wie de therapie wel en bij wie de therapie niet zal aanslaan

Overziende is het resultaat opmerkelijk en geeft richting aan verder onderzoek. Er moeten nog (veel) meer mensen behandeld worden om zekerheid te geven over deze wijze van behandelen.
I.C.P. Bakker MSc, manueel therapeut.
 

    Hieronder volgen twee folders die vrij zijn te downloaden.

De eerste folder, PatiŽntenfolder 1, Tinnitus (oorsuizen) Algemene folder en de tweede patiŽntenfolder, PatiŽntenfolder 2 Tinnitus (oorsuizen) overlappen elkaar ten dele, en geven globaal onze behandelwijze weer. PatiŽntenfolder 3 ( niet weergegeven) krijgen betrokkenen mee bij de intake en proefbehandeling met daarin informatie over de te geven behandeling en de resultaten daarvan.
     

  Patientenfolder 1: Tinnitus (oorsuizen) Algemene folder
    In onze fysio- en manuele therapie praktijk wordt al geruime tijd onderzoek gedaan naar een behandelmogelijkheid voor tinnitusklachten. Na twee kleinere onderzoeken in de tachtiger en negentiger jaren van de vorige eeuw is een therapie ontwikkeld waarbij de hoog gefrequenteerde fluittoon zo kan worden behandeld dat de toon lager in frequentie wordt. Als de betrokkene eerst een (continu) hoge toon hoort, zal deze toon na een behandelserie over gaan in een soort bromtoon. Bij sommige behandelden verdwijnt de toon geheel, bij anderen gaat de toon weg of komt spontaan weer terug en gaat daarna ook weer weg zodat er dan een soort wisselend karakter van de toon kan ontstaan.

Deze therapie is gebaseerd op de manuele therapie volgens het systeem Van der Bijl. Vrijwel alle goede zorgverzekeraars in Nederland vergoeden deze therapie.

Benodigd zijn tenminste negen behandelingen na de eerst te geven proefbehandeling. Het aantal behandelingen is mede afhankelijk van uw leeftijd en mate van artrose in de halswervelkolom.

De therapie heeft een slagingspercentage van ongeveer 60-65%. Van elke drie behandelden zullen er twee baat hebben bij de gegeven therapie.

Omdat naar onze mening de artrose van de halswervelkolom mede debet is aan de fluittoon is te verwachten dat deze laatste niet blijvend zal verdwijnen na de gegeven therapie.

Met deze therapie zijn inmiddels ruim 300 mensen behandeld. Van alle behandelden worden de gegevens anoniem in een database verwerkt zodat er vergeleken kan worden tussen de behandelde personen.

Therapietrouw, waarmee we bedoelen dat de behandelingen wekelijks moeten worden uitgevoerd, lijkt heel belangrijk te zijn. Dat is heel belangrijk bij ongeveer de eerste zes of zeven behandelingen. Valt er in die eerste behandelingen ťťn uit door bijvoorbeeld verhindering dan is het uiteindelijke effect van de gegeven therapie dramatisch slechter dan als de behandelingen gewoon zouden zijn voortgezet zonder onderbreking. Dat is statistisch aangetoond.

Wilt u zich laten behandelen, dan kan u het beste telefonisch contact opnemen tussen 8 uur ís-morgens en 5 uur ís-middags.

Telefoon: 026-4433252.

Ons adres is: Mozartstraat 2 te Arnhem. De praktijk ligt in de wijk achter Ziekenhuis Rijnstate.


U kunt desgewenst ook een afspraak maken via deze website, onderdeel contact/inschrijven

Omdat wij op werkdagen patiŽnten behandelen kan het voorkomen dat wij de behandeling niet willen onderbreken met een telefoongesprek. Spreekt u dan uw naam en telefoonnummer in op de band die automatisch start. Wij zullen u altijd terugbellen ook al kan dat enige tijd in beslag nemen. Wij doen daarin een beroep op uw geduld.
     
^Top   Hieronder volgen al vast antwoorden op veel gestelde vragen.

Vraag: Vergoedt mijn verzekeraar de behandelingen?
Antwoord: Bel uw verzekeraar op en vraag er naar. Neem daarbij de naam op met wie u hebt gesproken, dan krijgt u later nooit misverstanden.

Vraag: Ik heb last van oorsuizen omdat ik vroeger ook een oorbeschadiging heb opgelopen.
Antwoord: Sommige gehoorbeschadigingen reageren desondanks redelijk tot goed op de gegeven therapie. Vooralsnog geldt ook hierbij dat het aantal behandelingen anders kan zijn en dat er meer behandelseries nodig zijn.

Vraag: Mijn oorsuizen is geen hoge toon maar een ander geluid.
Antwoord: Andere geluiden zijn al behandeld, ook met redelijk gunstig resultaat. Vooralsnog geldt ook hierbij dat het aantal behandelingen anders kan zijn en dat er meer behandelseries nodig zijn. In een enkele situatie geeft langdurige behandeling een bevredigend resultaat.

Omdat wij in voortdurend onderzoek zijn met deze therapie is het niet uitgesloten dat de inhoud van deze patiŽntenfolder verandert door voortschrijdend onderzoek. Daar vragen wij uw begrip voor.

Met vriendelijke groet,

I.C.P. Bakker MSc, fysio- en manueel therapeut.

Tinnitus pf 032008
     

  PatiŽntenfolder 2: Tinnitus (oorsuizen)
    In onze fysio- en manuele therapie praktijk wordt al geruime tijd onderzoek gedaan naar een behandelmogelijkheid voor sommige tinnitusklachten. Na twee kleinere onderzoeken in de tachtiger en negentiger jaren van de vorige eeuw is een therapie ontwikkeld waarbij de hoog gefrequenteerde toon zoals een fluit, ruis of sis zo kan worden behandeld dat het volume van de toon en soms ook de toonhoogte van het geluid lager wordt. Als de betrokkene eerst een (continu) hoge toon hoort, zal deze toon na een behandelserie over gaan in een soort bromtoon. Bij sommige behandelden verdwijnt de toon geheel, bij anderen gaat de toon weg of komt spontaan weer terug en gaat daarna ook weer weg zodat er dan een soort wisselend karakter van de toon kan ontstaan. Twee op de drie behandelde patiŽnten geeft aan dat tijdens of na de behandeling een of meer van deze verschijnselen optreden.

Deze therapie is gebaseerd op de manuele therapie volgens het systeem Van der Bijl. Vrijwel alle goede zorgverzekeraars in Nederland vergoeden deze therapie. Onze praktijk heeft met bijna alle verzekeraars contracten afgesloten voor behandelingen

We weten inmiddels dat 60% van de behandelden positief reageert op de gegeven behandeling en veertig procent niet goed reageert. Waarom dit gebeurt weten we nog niet.

Het doel van onze therapie is drieledig. Eerst zullen we proberen te zien of u bij het behandelen terecht komt in de 60% groep (U reageert wel op de gegeven behandeling) of in de 40% groep (U reageert niet op de gegeven behandeling). Reageert u niet dan zullen we noodgedwongen weer afscheid van u nemen omdat de therapie niet bij u aanslaat.

Reageert u wel, dan is ons eerste behandeldoel bereikt. Daarna zullen we proberen dat de behandeling bij u zo veel mogelijk effect gaat sorteren zodat u zo min mogelijk geluid blijft houden. Dat proces kan best een aantal maanden in beslag nemen voordat daarin een stabiele fase ontstaat. En dan is het zaak dat de mate van tinnitus constant blijft, wat ons derde doel is.

Het aantal behandelingen kan variŽren en is mede afhankelijk van uw leeftijd, mate van artrose in de halswervelkolom, volume van het geluid en frequentie van het geluid.

De therapie heeft een slagingspercentage van ongeveer 60%. Van elke drie behandelden zullen er twee baat hebben bij de gegeven therapie. Wij realiseren ons terdege dat er wereldwijd ruim 300 verschillende vormen van tinnitus bekend zijn; onze behandeling richt zich daarbij op een klein percentage daarvan dat baat lijkt te hebben bij de door ons gegeven therapie. Tijdens de behandelingen merkt ongeveer 60% van de patiŽnten een directe verandering van de mate van de tinnitus.

Verder is het belangrijk dat de patiŽnt zich realiseert dat wij geen middel hebben om tinnitus te genezen. Een afdoend middel bestaat er wereldwijd nog niet. Dat komt omdat er nog niet bekend is wat de oorzaak (of oorzaken) is van tinnitus.

Omdat naar onze mening de artrose van de halswervelkolom mede debet is aan de fluittoon is inmiddels uit eigen onderzoek gebleken dat deze laatste niet blijvend zal verdwijnen na de gegeven therapie. Daarom hebben we besloten om na de eerste serie van zes tot negen behandelingen na de intake/proefbehandeling deze voort te zetten in een behandelfrequentie die kan variŽren van eenmaal per twee weken tot eenmaal per acht weken. Dan blijkt dat er een soort ritme gaat ontstaan van het ene moment minder of geen tinnitus of weer het gewone geluid, vaak echter in een lagere frequentie en/of een lager volume. De hoeveelheid geluid voor het begin van de therapie is als regel meer dan in de periode waarin de behandelfrequentie lager is.

Met deze therapie is inmiddels een groep van ongeveer 300 mensen behandeld. Elke behandelde wordt geŽvalueerd waar uit de genoteerde gegevens lering wordt getrokken voor volgende groepen. Hoewel het aantal behandelden een duidelijke trend geeft voor de therapie tegen sommige vormen van tinnitus, is het aantal nog te gering om er definitieve conclusies aan te verbinden.

Therapietrouw, waarmee we bedoelen dat de behandelingen wekelijks moeten worden uitgevoerd, lijkt heel belangrijk te zijn. Dat is heel belangrijk bij ongeveer de eerste zes of zeven behandelingen. Valt er in die eerste behandelingen ťťn uit door bijvoorbeeld verhindering dan is het uiteindelijke effect van de gegeven therapie dramatisch slechter dan als de behandelingen gewoon zouden zijn voortgezet zonder onderbreking. Dat is statistisch bevestigd.

Wilt u zich laten behandelen, dan kan u het beste telefonisch contact opnemen tussen 8 uur ís-morgens en 5 uur ís-middags.

Telefoon: 026-4433252.

U kan ook een afspraak maken via deze website, onderdeel contact/inschrijven

Ons adres is: Mozartstraat 2 te Arnhem. De praktijk ligt in de wijk achter Ziekenhuis Rijnstate.


Omdat wij op werkdagen patiŽnten behandelen kan het voorkomen dat wij de behandeling niet willen onderbreken met een telefoongesprek. Spreekt u dan uw naam en telefoonnummer in op de band die automatisch start. Wij zullen u altijd terugbellen ook al kan dat enige tijd in beslag nemen. Wij doen daarin een beroep op uw geduld.

Omdat wij in voortdurend onderzoek zijn met deze therapie is het niet uitgesloten dat de inhoud van deze patiŽntenfolder verandert door voortschrijdend inzicht. Daar vragen wij uw begrip voor.

Hieronder volgen al vast antwoorden op veel gestelde vragen.

Vraag: Vergoedt mijn verzekeraar de behandelingen?
Antwoord: Bel uw verzekeraar op en vraag er naar. Neem daarbij de naam op met wie u hebt gesproken, dan krijgt u later nooit misverstanden.

Vraag: Ik heb last van oorsuizen omdat ik vroeger ook een oorbeschadiging heb opgelopen.
Antwoord: Sommige gehoorbeschadigingen reageren desondanks redelijk tot goed op de gegeven therapie. Soms is vermindering van het geluid lastiger en meer tijdrovend. Vooralsnog geldt ook hierbij dat het aantal behandelingen anders kan zijn en dat er meer behandelseries nodig zijn.

Vraag: Mijn oorsuizen is geen hoge toon maar een ander geluid.
Antwoord: Sommige andere geluiden zijn al behandeld, ook met redelijk gunstig resultaat. Vooralsnog geldt ook hierbij dat het aantal behandelingen anders kan zijn en dat er meer behandelseries nodig zijn. In een enkele situatie geeft langdurige behandeling een bevredigend resultaat.

Met vriendelijke groet,

I.C.P. Bakker MSc, fysio- en manueel therapeut.

Tinnitus pf1 032008